Het Parool
Site
Krant
SITEMAP
Intifadah zet relaties in Oase van Vrede op scherp

.

NEVE SHALOM - Dertig jaar leefden Arabieren en joden broederlijk naast elkaar in Neve Shalom, oftewel 'Oase van Vrede', een dorpje bovenop een heuvel tussen Tel Aviv en Jeruzalem. Maar sinds het uitbreken van de intifadah wordt de gemeenschap zwaar op de proef gesteld.

Het is een ontnuchterende ervaring voor de veertig Arabische en joodse gezinnen die hier, tussen de eucalyptusbomen, zijn komen wonen om te laten zien dat ze best met elkaar kunnen leven.

''De crisis in het land is in het dorp steeds meer voelbaar,'' zegt Ilan Frisch (53), een jood die zich al zijn hele leven voor vrede inzet en sinds de stichting in 1972 in het dorp woont. ''Onze toekomst is onzekerder geworden. We weten niet meer of we hier wel op de goede weg zijn.''

Van de 6,5 miljoen Israכliכrs is ongeveer eenzesde deel Arabisch. En hoewel in de grotere steden weliswaar Arabische minderheden leven, zijn de meeste dorpen ףf joods, ףf Arabisch.

De relatie tussen beide bevolkingsgroepen is danig bekoeld sinds de Arabieren in oktober de straat op gingen om hun steun aan de Palestijnen te betuigen. Bij de rellen die toen uitbraken, kwamen dertien Arabieren om het leven.

De laatste maanden wordt in Neve Shalom steeds vaker geruzied over van alles en nog wat, tot aan het onderwijs van de kinderen toe. De Arabieren klagen dat op de lagere school te weinig aandacht aan Arabische lessen wordt besteed en dat ze te weinig invloed hebben in de gemeenteraad.

Het initiatief voor het dorp werd indertijd genomen door een dominicaner monnik, pater Bruno Hussar, die christenen, joden en moslims nader tot elkaar wilde brengen. Na verloop van tijd kwamen steeds meer niet-religieuze mensen in het dorp wonen, vredesactivisten voor wie het steeds moeilijker is in hun hooggestemde ideaal te blijven geloven.

Op 15 mei, de 53ste verjaardag van de oprichting van de staat Israכl, de dag die de Palestijnen Al Naqba (de Ramp) noemen, klonk in het dorp het klaaglijke geluid van de sirene dat normaal gesproken alleen te horen is in de Palestijnse steden in de Gaza-strook en de Westelijke Jordaanoever. De joodse inwoners werden er onaangenaam door verrast, en de meesten van hen bleven maar liever binnen. Op school werden de joodse en de Arabische kinderen in aparte lokalen gezet om moeilijkheden te voorkomen.

Volgens de dorpelingen hebben de huidige spanningen hen meer bewust gemaakt van de problemen die het samenleven van twee culturen met zich brengt. Toch is nog niemand verhuisd. ''We merken nu dat het bijna onmogelijk is als gelijken met elkaar te leven,'' zegt Ahmad Hijazi (34), directeur van de School voor de Vrede in het dorp, een instituut dat seminars organiseert om joden en Arabieren dichter bij elkaar te brengen.

Maar ondanks zijn twijfels ziet Hijazi ook positieve ontwikkelingen. Zo waren er ook joden die hun Arabische buren steunden toen de sirene loeide.

En het was Frisch, de joodse vredesactivist, die de Arabieren vertelde dat het dorp een sirene rijk was en dat hij hem aan zou zetten - al moest hij daar wel iets voor overwinnen.

Frisch: ''Ik verwacht niet van de Arabieren hier dat ze de Israכlische onafhankelijkheidsdag vieren, zoals ze van mij niet hoeven te verwachten dat ik aan Al Naqba meedoe.''

Hijazi zegt dat de Abarieren nu meer voor zichzelf durven opkomen. ''We hebben nu veel meer het gevoel dat het dorp ook van ons is,'' zegt hij. ''Eerst voelden we ons toch meer als welkome gasten, en dus gedroegen we ons ook als gasten. Nu willen we ook een vinger in de pap hebben.''

Het irriteert Hijazi dat het Hebreeuws een veel prominentere rol speelt, evenals de joodse cultuur. Tot voor kort werd nauwelijks in Arabische stijl gebouwd. De boeken en het leerplan van de school waar zijn zoontje Isam van zeven op zit, komen van het Israכlische ministerie van Onderwijs, en de joodse geschiedenis krijgt dan ook meeste aandacht.

In de school, waar 254 kinderen op zitten uit de Oase en de omliggende dorpen, staan joodse en Arabische leerkrachten voor de klas. Maar geen van de joodse leerkrachten spreekt vloeiend Arabisch, zegt een van de schoolhoofden, Deana Shalufi-Rezek.

Kort geleden heeft de school bezoek gehad van de Israכlische veiligheidsdienst, die voorlichting kwam geven over de gevaren van de intifadah. Op het bord stond geschreven: 'Uitkijken voor: zelfmoord-terroristen, bommen en verdachte voorwerpen.' Precies het clichיbeeld van wat de Palestijnen de joden aandoen, schampert Hijazi: ''De Arabische kinderen leren op school dat ze bang moeten zijn voor hun eigen volk.''

In de pauze spelen joodse en Arabische kinderen samen. Twee meisjes belagen elkaar met waterpistolen en twee jongens, een joodse en een Arabische, zijn aan het stoeien.

Ondanks de cultuurverschillen en de problemen die daaruit voortvloeien, willen de meeste mensen hier blijven. ''Het zou vreemd zijn als alles hier pais en vree was. Als we de situatie in Israכl willen veranderen, moeten we hier leren te leven met de problemen die er nu eenmaal zijn.'' (AP)



© Het Parool, 18-8-2001

printversiestuur door

terug | naar boven


Het laatste nieuws

- André Testa stapt uit voordat GVB verzelfstandigd
- Op web nog weinig antimonarchisten
- Groot tekort aan kleine bedrijfsruimtes
- Economieboeken niet 'europroof'
- Kok schrikt niet van topverdiensten
- Islamitisch College met zes klassen
- Ook sloop P-boot fiasco
- Peres stelt Palestijnen bestand voor
- Solovlucht miljonair Fossett strandt opnieuw
- Drie in ziekenhuis na les Ratelband
- Kabinet wil 250 soldaten in Macedoniכ
- 'Klacht taxatie woning te vaak vergeefs'
- Scheppen van baantjes kost veel, brengt niets
- Melkert boven het maaiveld?