|
Het is een ontnuchterende ervaring voor de veertig
Arabische en joodse gezinnen die hier, tussen de
eucalyptusbomen, zijn komen wonen om te laten zien dat ze best
met elkaar kunnen leven.
''De crisis in het land is in het dorp steeds meer
voelbaar,'' zegt Ilan Frisch (53), een jood die zich al zijn
hele leven voor vrede inzet en sinds de stichting in 1972 in
het dorp woont. ''Onze toekomst is onzekerder geworden. We
weten niet meer of we hier wel op de goede weg zijn.''
Van de 6,5 miljoen Israכliכrs is ongeveer eenzesde deel
Arabisch. En hoewel in de grotere steden weliswaar Arabische
minderheden leven, zijn de meeste dorpen ףf joods, ףf
Arabisch.
De relatie tussen beide bevolkingsgroepen is danig bekoeld
sinds de Arabieren in oktober de straat op gingen om hun steun
aan de Palestijnen te betuigen. Bij de rellen die toen
uitbraken, kwamen dertien Arabieren om het leven.
De laatste maanden wordt in Neve Shalom steeds vaker
geruzied over van alles en nog wat, tot aan het onderwijs van
de kinderen toe. De Arabieren klagen dat op de lagere school
te weinig aandacht aan Arabische lessen wordt besteed en dat
ze te weinig invloed hebben in de gemeenteraad.
Het initiatief voor het dorp werd indertijd genomen door
een dominicaner monnik, pater Bruno Hussar, die christenen,
joden en moslims nader tot elkaar wilde brengen. Na verloop
van tijd kwamen steeds meer niet-religieuze mensen in het dorp
wonen, vredesactivisten voor wie het steeds moeilijker is in
hun hooggestemde ideaal te blijven geloven.
Op 15 mei, de 53ste verjaardag van de oprichting van de
staat Israכl, de dag die de Palestijnen Al Naqba (de Ramp)
noemen, klonk in het dorp het klaaglijke geluid van de sirene
dat normaal gesproken alleen te horen is in de Palestijnse
steden in de Gaza-strook en de Westelijke Jordaanoever. De
joodse inwoners werden er onaangenaam door verrast, en de
meesten van hen bleven maar liever binnen. Op school werden de
joodse en de Arabische kinderen in aparte lokalen gezet om
moeilijkheden te voorkomen.
Volgens de dorpelingen hebben de huidige spanningen hen
meer bewust gemaakt van de problemen die het samenleven van
twee culturen met zich brengt. Toch is nog niemand verhuisd.
''We merken nu dat het bijna onmogelijk is als gelijken met
elkaar te leven,'' zegt Ahmad Hijazi (34), directeur van de
School voor de Vrede in het dorp, een instituut dat seminars
organiseert om joden en Arabieren dichter bij elkaar te
brengen.
Maar ondanks zijn twijfels ziet Hijazi ook positieve
ontwikkelingen. Zo waren er ook joden die hun Arabische buren
steunden toen de sirene loeide.
En het was Frisch, de joodse vredesactivist, die de
Arabieren vertelde dat het dorp een sirene rijk was en dat hij
hem aan zou zetten - al moest hij daar wel iets voor
overwinnen.
Frisch: ''Ik verwacht niet van de Arabieren hier dat ze de
Israכlische onafhankelijkheidsdag vieren, zoals ze van mij
niet hoeven te verwachten dat ik aan Al Naqba meedoe.''
Hijazi zegt dat de Abarieren nu meer voor zichzelf durven
opkomen. ''We hebben nu veel meer het gevoel dat het dorp ook
van ons is,'' zegt hij. ''Eerst voelden we ons toch meer als
welkome gasten, en dus gedroegen we ons ook als gasten. Nu
willen we ook een vinger in de pap hebben.''
Het irriteert Hijazi dat het Hebreeuws een veel
prominentere rol speelt, evenals de joodse cultuur. Tot voor
kort werd nauwelijks in Arabische stijl gebouwd. De boeken en
het leerplan van de school waar zijn zoontje Isam van zeven op
zit, komen van het Israכlische ministerie van Onderwijs, en de
joodse geschiedenis krijgt dan ook meeste aandacht.
In de school, waar 254 kinderen op zitten uit de Oase en de
omliggende dorpen, staan joodse en Arabische leerkrachten voor
de klas. Maar geen van de joodse leerkrachten spreekt vloeiend
Arabisch, zegt een van de schoolhoofden, Deana
Shalufi-Rezek.
Kort geleden heeft de school bezoek gehad van de
Israכlische veiligheidsdienst, die voorlichting kwam geven
over de gevaren van de intifadah. Op het bord stond
geschreven: 'Uitkijken voor: zelfmoord-terroristen, bommen en
verdachte voorwerpen.' Precies het clichיbeeld van wat de
Palestijnen de joden aandoen, schampert Hijazi: ''De Arabische
kinderen leren op school dat ze bang moeten zijn voor hun
eigen volk.''
In de pauze spelen joodse en Arabische kinderen samen. Twee
meisjes belagen elkaar met waterpistolen en twee jongens, een
joodse en een Arabische, zijn aan het stoeien.
Ondanks de cultuurverschillen en de problemen die daaruit
voortvloeien, willen de meeste mensen hier blijven. ''Het zou
vreemd zijn als alles hier pais en vree was. Als we de
situatie in Israכl willen veranderen, moeten we hier leren te
leven met de problemen die er nu eenmaal zijn.'' (AP)
|